76 - Intelligente informatie
Omdat wij in alle levensvormen een code (DNA- of RNA-molecuul) en de andere informatie gebieden aantreffen, bevinden wij ons ondubbelzinnig binnen het definitiebereik van informatie. Daaruit kunnen wij concluderen dat er een intelligente Auteur/Bron van deze informatie moet bestaan.
(Toepassing van NWI-4)
Onderbouwing
Omdat er geen, door waarneming en experiment bewijsbaar proces in de materiële wereld bestaat, waarbij vanzelf informatie is ontstaan, geldt dit ook voor alle informatie, die wij in de levende natuur vinden. Aldus vereist NWI-4 ook hier een intelligente Auteur, die de programma’s oorspronkelijk heeft geschreven.
Bijbelse aanwijzing:
„In den beginne schiep God de hemel en de aarde [...] En God zeide: Dat de aarde jong groen voortbrenge, zaadgevend gewas, vruchtbomen, die naar hun aard vruchten dragen [...] En God zeide: Dat de wateren wemelen van organismen, en dat het gevogelte over de aarde vliege langs het uitspansel des hemels. Toen schiep God de grote zeedieren en alle krioelende organismen, [...] naar hun aard, en allerlei gevleugeld gevogelte naar zijn aard [...] En God zeide: Dat de aarde voortbrenge organismen naar hun aard, vee en kruipend gedierte en wild gedierte naar hun aard“.(4)
Het woord „zeide” is hier vetgedrukt om te verduidelijken, hoe God als informatiebron door zijn woord het aardse leven geschapen heeft.
(4) De Bijbel, Genesis 1:1-25.
Terug naar het overzicht
|