45 - Radioactief verval bij plasmatemperaturen
Indien men de bekende radioactieve materialen tot op plasmatemperaturen verhit, dan daalt bijvoorbeeld de halfwaardetijd van uranium-238 van 4,5 miljard jaar naar 2,08 minuten. Deze eigenschap betekent een extra onzekerheidsfactor bij de radiometrische ouderdomsbepaling.
Verwarmt men een vaste stof, dan worden de meeste elementen eerst vloeibaar en vanaf een bepaalde temperatuur gasvormig. Verwarmt men dit gas nog verder, dan verandert het bij zeer hoge temperaturen in plasma. Dit plasma heeft volledig andere eigenschappen dan het gas waaruit het is ontstaan. Onder anderen wordt de halfwaardetijd van radioactieve isotopen drastisch verminderd. Des te hoger de temperatuur, des te sterker daalt de halfwaardetijd.
Wanneer men de volgende materialen tot 15,4 miljard graad Kelvin verwarmt, dan verandert de halfwaardetijd als volgt:(14), (15)
| uranium-238 |
daalt van |
4,5 |
miljard jaar naar |
2,08 |
minuten |
| thorium-232 |
daalt van |
14 |
miljard jaar naar |
15,6 |
minuten |
| samarium-147 |
daalt van |
106 |
miljard jaar naar |
1,56 |
minuten |
| rubidium-87 |
daalt van |
47 |
miljard jaar naar |
2,46 |
minuten |
| kalium-40 |
daalt van |
1,2 |
miljard jaar naar |
5,87 |
minuten |
(14) Edward Boudraux, Attenuation of accelerated decay rates by magnetic Effects, Proceedings of the Cosmology Conference 2003, Ohio State University, Columbus, Ohio.
(15) Edward Boudraux, Accelerated Radioactive Decay Rates, a Minimal Quantitative Model, Proceedings of the Cosmology Conference 2003, Ohio State University, Columbus, Ohio.
Terug naar het overzicht
|