Home stellingen 44 - Radioactief verval tot lood
Creatie.info | woensdag 08 februari 2012
 
 
 

44 - Radioactief verval tot lood


Bij de radiometrische ouderdomsbepaling van gesteenten wordt vaak het gehalte van uranium-238 en lood-206 gemeten. De halfwaardetijd, waarin het uranium-238 tot lood-206 vervalt, bedraagt 4,46 miljard jaar. Na 4,5 miljard jaar (de zogenaamde leeftijd van de aarde) zou dus minstens evenveel lood als uranium in het aardoppervlak aanwezig moeten zijn. In werkelijkheid vindt men echter meer lood dan uranium.

Men kan ervan uitgaan, dat bij het ontstaan van het gesteente een onbekende hoeveelheid lood-206 direct is ontstaan. Daarbij komt, dat naast uranium-238 ook 52 andere elementen eveneens tot lood-206 vervallen. De halfwaardetijd van deze elementen varieert tussen enkele micro-seconden en 245.500 jaar. Daarom is het onmogelijk in te schatten, hoeveel van het tegenwoordig aanwezige lood-206 daadwerkelijk afkomstig is van uranium-238.

Bij radiometrische ouderdomsbepaling van gesteenten wordt van verschillende methoden gebruik gemaakt. Het principe is steeds hetzelfde: Een instabiel (radioactief) uitgangsmateriaal vervalt na verloop van een bepaalde tijd naar een een stabiel ander element. De hierna volgende lijst toont hoeveel andere instabiele elementen eveneens tot hetzelfde stabiele element vervallen:

kalium - argon -> 3 andere elementen vervallen ook tot argon
rubidium - strontium -> 4       ”            ”            ”          ”   ” strontium
samarium - neodymium -> 13       ”            ”            ”          ”   ” neodymium
lutetium - hafnium -> 10       ”            ”            ”          ”   ” hafnium
renium - osmium -> 9       ”            ”            ”          ”   ” osmium
thorium-232 - lood-208 -> 26       ”            ”            ”          ”   ” lood-208
uranium-235 - lood-207 -> 45       ”            ”            ”          ”   ” lood-207
uranium-238 - lood-206 -> 52       ”            ”            ”          ”   ” lood-206

Bij toepassing van de uranium-238 - lood-206 methode wordt in het algemeen uitsluitend rekening gehouden met het verval van uranium 238.(13) Alle overige elementen, die eveneens tot lood-206 vervallen, worden genegeerd.

Het vervalschema van uranium-238 tot lood-206:

uranium-238 vervalt met een halfwaardetijd van 4,46 miljard jaar tot
thorium-234     ”       ”       ”           ”            ” 24,1 dagen tot
protactinium-234     ”       ”       ”           ”            ” 46,69 uur tot
uranium-234     ”       ”       ”           ”            ” 245500 jaar tot
thorium-230     ”       ”       ”           ”            ” 75400 jaar tot
radium-226     ”       ”       ”           ”            ” 1599 jaar tot
radon-222     ”       ”       ”           ”            ” 3,82 dagen tot
polonium-218     ”       ”       ”           ”            ” 3,04 min. tot
lood-214     ”       ”       ”           ”            ” 27 min. tot
bismut-214     ”       ”       ”           ”            ” 19,9 min. tot
polonium-210     ”       ”       ”           ”            ” 0,00016 sec. tot
lood-206 (is stabiel)

In het model van een jonge aarde kan de herkomst van het tegenwoordig aanwezige radioactieve lood eveneens herleid worden op het verval van elementen met een lage halfwaardetijd. In het model van een 4,5 miljard jaar oude aarde wordt het radioactieve lood uitsluitend aan het verval van elementen met een hoge halfwaardetijd toegeschreven. Beide visies zijn even speculatief.

De vervaltijd van isotopen met een lage halfwaardetijd kan op de volgende internetsite worden gevonden: http://nucleardata.nuclear.lu.se/nucleardata/toi/sumframe.htm
(Atoommassa intypen en dan op „Show drawing” klikken).

(13) Charles W. Lucas JR, Radiohalos – Key Evidence for Origin/Age of the Earth, Proceedings of the Cosmology Conference 2003, Ohio State University, Columbus, Ohio.



Terug naar het overzicht

 
   
     

 
© 2012 Creatie.info
Joomla! is Free Software released under the GNU General Public License.