15 - DDT-resistente Insecten
Toen vliegen en muggen na een zekere tijd resistent werden tegen het insectengif DDT, zag men daarin een bewijs voor evolutie. Daarop volgende onderzoeken hebben echter aangetoond, dat er altijd al genetische varianten van DDT resistente insecten waren. Alle resistente insecten van de huidige tijd zijn nakomelingen van deze oorspronkelijk zeldzame varianten. Het is eenvoudig zo dat de niet resistente soorten grotendeels zijn uitgestorven, terwijl de resistente zich verder konden vermenigvuldigen.
De resistente vliegen en muggen waarvan hier sprake is, worden verklaard door zeldzame genotypen,(59) die niet ten prooi zijn gevallen aan de massasterfte na de inzet van het gif. De DDT-resistente varianten leefden reeds voor de inzet van het gif.(60)
Bij dit voorbeeld kan zelfs niet van micro-evolutie gesproken worden, omdat er geen nieuwe informatie in de genen gekomen is. Er zijn geen nieuwe eigenschappen ontstaan, maar er is slechts een extreme verschuiving van de frequentie van bepaalde eigenschappen opgetreden. Daarbij is niets nieuws ontstaan.(61)
Ook dit zogenaamde voorbeeld voor evolutie vindt men tot op heden nog steeds in verschillende schoolboeken.(62), (63) hoewel de bovenvermelde uitleg algemeen juist geacht wordt.
(59) Het genotype of erfmateriaal van een organisme representeert zijn exacte genetische uitrusting, dus de individuele set van genen, die zich bevindt in de celkern.
(60) Junker und Scherer, Evolution, ein kritisches Lehrbuch, Weyel, 2006, S. 73.
(61) Lee Spetner, Not by Chance!, Judaica Press, 1997, p. 143 – 144.
(62) Helmut Schneider, Natura, Biologie für Gymnasien, 7. bis 10. Schuljahr, Band 2, Lehrerband Teil B, Ernst Klett Verlag, 2006, S. 270.
(63) Horst Bayrhuber, Linder Biologie, Lehrbuch für die Oberstufe, 21. Auflage, Schroedel Verlag, Hannover, S. 33335, 364.
Terug naar het overzicht
|