|
ProGenesis - 95 Stellingen tegen de evolutietheorie
Wetenschappelijke kritiek op het naturalistische wereldbeeld
Inhoudsopgaaf Voorwoord bij de Nederlandse uitgave Voorwoord Inleiding Biologie (1 - 16)
Geologie en paleontologie (17 - 31)
Chemische evolutie (32 - 40)
Radiometrie en geofysica (41 - 51)
Kosmologie en oerknaltheorie (52 - 64)
Filosofie (65 - 75)
Informatietheorie (76 - 83)
Mens en cultuur (84 - 95)
Slotverklaring
Nawoord
Mens en cultuur
Een indrukwekkend argument tegen de evolutietheorie is de mens zelf (zie afbeelding op pag. 8). Ziet het toevallige product van een eindeloos lange ontwikkeling er zo uit?
Echter niet slechts de uitwendige geometrie van de lichaamsbouw - ook de menselijke geest, de menselijke spraak, het menselijke oog, de menselijke handen, etc., alles is zo perfect en uniek vormgegeven, dat van een toevallig en willekeurig ontstaan geen sprake kan zijn. Hierbij komt het verbazingwekkende menselijke vermogen, nieuwe dingen te maken en creatief te zijn.
Een andere vraag, die opkomt: Indien de menselijke geest daadwerkelijk een product van materiële processen zou zijn, hoe komt het dan, dat hij over zijn eigen stoffelijke bestaan kan nadenken en zich van zichzelf bewust kan worden? De filosoof René Descartes definieerde zijn eigen ik door het vermogen om te denken: „Ik denk, en dus ben ik”, concludeerde hij. Kan de menselijke geest als een natuurverschijnsel van materie verklaard worden? Kunnen bovennatuurlijke en spirituele ervaringen zuiver naturalistisch verklaard worden?
In menselijke overleveringen en archeologische vondsten ziet men aanwijzingen, die tegen het concept van een oeroude aarde spreken. Middels het scenario van een wereldwijde vloed, laat zich het ontstaan van de geologische formaties heel goed met het model van een jonge aarde en een korte geschiedenis van de mensheid verklaren.
| ^ | | ^ |
|---|
Bij de meeste oude menselijke beschavingen, op alle vijf continenten, vindt men overleveringen, die over een grote vloed berichten. Analoog hiermee verwijzen de geologische lagen over de gehele aarde naar vloedcatastrofes van continentale omvang, die het beste door vloedgebeurtenissen na en tengevolge van één enkele gigantische wereldwijde vloed, kunnen worden verklaard. |
|
| ^ | | ^ |
|---|
De meeste deskundigen geloven dat er sedert ongeveer twee miljoen jaar mensen bestaan. Dan zou echter de bevolkingsgroei tot kort voor de huidige tijd praktisch nul zijn geweest. Vergeleken met huidige, soortgelijke culturen is dit scenario totaal onrealistisch. Daarbij komt: Analyseert men de overblijfselen van de steentijdmensen, dan komt men tot de conclusie, dat zij ondanks goede voeding nooit tot miljoenen-volkeren zijn geworden. De hedentendage beschikbare empirische gegevens uit de demografie en de schattingen van de hoeveelheid overblijfselen van mensen staan hooguit enkele duizenden jaren menselijke geschiedenis toe. |
|
| ^ | | ^ |
|---|
De afstamming van de mensen uit aapachtige voorouders is nog altijd niet bewezen. Van de fantasievol getekende tussenvormen (aap wordt tot rechtop lopende mens), die ons in de media steeds weer gepresenteerd worden, werd tot op de dag van vandaag geen enkel onomstreden exemplaar gevonden. De beroemde oermens, waarvan reeds talrijke exemplaren zijn opgegraven, is de Neanderthaler. De Neanderthaler was echter geenszins primitief. Juist integendeel. Hij had gemiddeld een grotere hersencapaciteit dan de moderne mens. Hoewel het omstreden is, of en hoe de moderne mens met de Neanderthaler verwant zou kunnen zijn, toch lijkt opgehelderd te zijn, dat hij als schakel tussen aap en mens definitief niet in aanmerking komt. De tegenwoordig algemeen erkende hypothese is, dat de Neanderthaler, de chimpansee en ook de moderne mens gemeenschappelijke voorouders hebben. Van deze hypothetische voorouders ontbreekt nog altijd elk spoor. Ook de Australopithecinen schijnen niet in aanmerking te komen. |
|
| ^ | | ^ |
|---|
Het verschil in het genoom tussen mensen en chimpansees werd tot nu toe op 1,5 tot 2% gesteld. De moleculair bioloog Roy J. Britten ontdekte echter, dat het verschil bijna 5% is, indien men ook inserties (invoegsels) en gegevenswissingen meetelt. Dat betekent dat op zijn minst 75 miljoen „juiste” mutaties nodig geweest zouden zijn, om uit een gemeenschappelijke voorouder een moderne mens en een chimpansee te maken. Zelfs indien in één van deze populaties elk jaar (!) één voordelige mutatie zou optreden, dan zouden in totaal 75 miljoen jaar nodig geweest zijn (terwijl de ontwikkeling van de mensheid naar men zegt slechts 2 miljoen jaar geduurd zou hebben). Volgens schattingen van geneticapionier J.B.S. Haldane zouden in werkelijkheid zelfs minimaal 2,5 miljard jaar nodig geweest zijn. |
|
| ^ | | ^ |
|---|
Het rechtop lopen van de mens vereist een gelijktijdig (!) aanwezig zijn van de volgende eigenschappen: gestrekt knie- en heupgewricht, halswervelkolom onder aan het hoofd verbonden (in plaats van aan het achterhoofd zoals bij apen), vlak gezicht, beter evenwichtsorgaan, rechtere rug, holle voet, sterke grote teen en de benodigde hersenfuncties voor het rechtop lopen. Voor elk van deze eigenschappen moeten gelijktijdig enkele duizenden „juiste” en perfect afgestemde mutaties in het genoom plaatsvinden. Zulk een scenario is ondenkbaar. |
|
| ^ | | ^ |
|---|
Het netvlies van het menselijk oog bevat 126 miljoen pixels (beeldpunten). Een gemiddelde digitale camera van tegenwoordig heeft „slechts” 6 miljoen pixels. De signalen van de pixels in het oog worden eerst door speciale zenuwcellen „gecomprimeerd” en lopen dan over ongeveer 12 miljoen zenuwdraden naar de hersenen. Hierbij moet elke afzonderlijke zenuwdraad verbonden zijn met een bepaalde plaats in de hersenen, opdat het beeld in de hersenen op correcte wijze ontstaat. Deze positionering van de zenuwdraden kan onmogelijk in een stapsgewijs, toevallig proces zijn ontstaan. Het wordt nog complexer, omdat de draden op weg naar de hersenen gekruist, uitgewaaierd en naar verschillende plaatsen geleid moeten worden. |
|
| ^ | | ^ |
|---|
De lichtgevoelige cellen in het menselijke oog bevinden zich onder twee lagen zenuwcellen. Daardoor zou, zo geloofde men, het licht door de zenuwcellen worden afgezwakt. Een intelligente Schepper zou dat beter geconstrueerd hebben, was de gangbare mening. Nu is echter gebleken, dat de zogenaamde Müllercellen, waarvan men tot nu toe slechts wist, dat zij een ondersteunende functie hebben, ook de functie van zeer efficiënte lichtgeleider vervullen en zo het licht tussen de zenuwcellen door naar de lichtgevoelige cellen in de retina verder leiden. Omdat de lichtgevoelige cellen direct boven de bloedvaten liggen, worden ze beter gekoeld en kunnen bovendien efficiënter van energie worden voorzien. |
|
| ^ | | ^ |
|---|
Onderzoekingen aan oude talen tonen aan, dat deze vroeger complexer waren en met de tijd eenvoudiger werden. Het oude Latijn, Grieks, Hebreeuws, Chinees, Indiaanse talen enz. – hoe ver wij ook terugzien, de mensheid kon met de vroegere talen meer informatie met minder woorden doorgeven, dan bij de moderne talen. Daarbij komt, dat men met deze talen nauwkeuriger kon formuleren. Dat is in tegenspraak met het evolutionistische denkbeeld van ontwikkeling van eenvoudig naar complex. |
|
| ^ | | ^ |
|---|
Onderzoek van de zogenoemde bijna-dood-ervaringen toont aan, dat het menselijk bewustzijn onafhankelijk van het lichaam kan bestaan. Weliswaar kunnen zelfs met elkaar overeenstemmende getuigenissen van mensen, die korte tijd klinisch dood waren, geen zekerheid geven, (want het menselijk bewustzijn is een verschijnsel, dat noch medisch noch filosofisch eenduidig gedefinieerd kan worden), maar beslist u zelf: is uw bewustzijn het product van een op zichzelf dood mechanisme, of is het een „deel“ van uw hoogstpersoonlijke „ik“, dat onafhankelijk van uw fysieke lichaam bestaat? |
|
| ^ | | ^ |
|---|
Creativiteit verschaft iets nieuws. Niet alleen kunstenaars zijn creatief, ook autoconstructeurs, stratenmakers, programmeurs, huisvrouwen, scholieren, enz. Zij vinden allemaal oplossingen voor complexe problemen en maken dingen die er daarvoor niet waren. Uit onze bekwaamheid iets nieuws te maken en de geheimen van het heelal en de materie te doorgronden, zou afgeleid kunnen worden, dat wij schepsels en beelden van God zijn, die alles geschapen heeft. |
|
| ^ | | ^ |
|---|
Geweten en ethiek kunnen zich onmogelijk ontwikkeld hebben in een miljoenen jaren durende genadeloze overlevingsstrijd. Het geweten brengt geen overlevingsvoordeel. Het instinct zonder geweten zou waarschijnlijk in de meeste gevallen leiden tot uitroeiing van de vijandige stammen. Het geweten weerhoudt daarentegen om onbarmhartig en alleen bedacht op eigen voordeel te reageren. |
|
| ^ | | ^ |
|---|
Het bestaan van het fenomeen liefde is moeilijk te verenigen met de denkbeelden van de evolutietheorie. Afgezien van de geslachtelijke seks is ze een onbeschrijflijke, zuiver geestelijke component, die in tegenspraak is met het naturalistische wereldbeeld. Zou het leven echt uit levenloze, „gevoelloze“ materie ontstaan zijn? Wanneer dat het geval zou zijn, dan zouden ook liefde, vreugde, verdriet en droefheid niets anders zijn dan enorm complexe naturalistische mechanismen; die echter in de genadeloze overlevingsstrijd van de evolutie eerder hinderlijk dan nuttig zouden zijn. Zou het kunnen zijn, dat aan het begin van het aardse leven niet het toeval, maar de liefde van een intelligente Schepper stond? |
|
|