|
ProGenesis - 95 Stellingen tegen de evolutietheorie
Wetenschappelijke kritiek op het naturalistische wereldbeeld
Inhoudsopgaaf Voorwoord bij de Nederlandse uitgave Voorwoord Inleiding Biologie (1 - 16)
Geologie en paleontologie (17 - 31)
Chemische evolutie (32 - 40)
Radiometrie en geofysica (41 - 51)
Kosmologie en oerknaltheorie (52 - 64)
Filosofie (65 - 75)
Informatietheorie (76 - 83)
Mens en cultuur (84 - 95)
Slotverklaring
Nawoord
Kosmologie en oerknaltheorie
Het onderzoek van de materie en van de kosmos zijn nauw met elkaar verweven. In het standaardmodel van de conventionele natuurkunde gaat men ervan uit, dat het universum waarin wij leven en de materie waaruit wij bestaan, bij een oerknal zijn ontstaan. We begrijpen echter bij lange na niet wat materie eigenlijk is en de oerknaltheorie moet het doen met slechts 4% zichtbare materie(!), terwijl de rest met donkere materie, donkere energie en donkere stroom verklaard moet worden.
De materie vanuit het oogpunt van de kwantummechanica
Materie is in wezen volledig substantieloos. Vroeger dacht men, dat een atoom een kleine punt was met zeer compacte materie (atoomkern), die omgeven wordt door een waarschijnlijkheidswolk van elektronen die opduiken en verdwijnen. Het is echter gebleken dat ook de kern zelf opduikt en weer verdwijnt. Het zekerste dat men over deze substantieloze materie kan zeggen is, dat zij meer een gedachte is, een geconcentreerd stuk informatie. De kwantumfysicus Fred Alan Wolf formuleerde het als volgt: „Dingen bestaan niet uit nog meer dingen, maar uit gedachten, concepten, informatie“.(1)
Deze uitspraak past bij het Bijbelse bericht in de inleiding van het Johannes evangelie. Daar staat: „Door het Woord (gedachten, concepten, informatie), zijn alle dingen gemaakt, en zonder dit is niets gemaakt, dat gemaakt is “.(2)
Een open brief aan de wetenschappelijke gemeenschap
De oerknaltheorie berust op een toenemend aantal hypothetische aannames die nog nooit werden waargenomen. Veel beweringen in het standaardmodel van de oerknaltheorie spreken elkaar tegen. Om die reden hebben zich meer dan 500 natuurwetenschappers in een open brief tot de wetenschappelijke gemeenschap gericht en zich kritisch over de oerknaltheorie geuit. Hierbij duiken namen op van topwetenschappers als Halton Arp, Hermann Bondi, Thomas Gold, Jayant Narlikar en vele anderen.(3)
Het standaardmodel is niet de enige theorie voor het universum. Ook door de plasmakosmologie en het steady-state-model (beide modellen voorspellen een universum zonder bepaald begin of einde) kunnen de fundamentele fenomenen van het universum verklaard worden. Sommige voorstanders van de oerknaltheorie menen dat deze theorieën niet elke kosmologische waarneming kunnen verklaren (wat de oerknaltheorie evenmin kan). Maar dat is weinig verrassend, omdat de ontwikkeling geremd wordt door het ontbreken van onderzoeksgelden. Deze alternatieven kunnen moeilijk met het uitgewerkte standaardmodel van de oerknaltheorie worden vergeleken.
(1) Fred Alan Wolf, in William Arntz’s Dokumentarfilm „Bleep“, Horizon Film, 2006.
(2) De Bijbel, Johannes 1:1–3.
(3) New Scientist, 22. Mai 2004, http://www.cosmologystatement.org/
| ^ | | ^ |
|---|
In het kader van de kosmologie is volgens velen het bestaan van het universum met een oerknal begonnen. Alle materie, energie, ruimte en tijd zouden in één punt met oneindig hoge temperatuur en dichtheid (de zogenaamde singulariteit) geconcentreerd zijn geweest. Tot op heden is echter geen mechanisme bekend dat vanuit zulk een singulariteit zou kunnen ontstaan. Bovendien blijft de vraag of de tegenwoordig bekende natuurwetten voor, gedurende of na de op de singulariteit volgende inflatie zouden zijn ontstaan. In ‘t algemeen brengt het grenswetenschappelijk karakter van oorsprongsvragen, ongeacht van welk type, veel onzekerheden met zich mee. |
|
| ^ | | ^ |
|---|
Na de inflatiefase zouden geringe ongelijkmatigheden in de gasdichtheden ertoe geleid hebben dat clusters ontstaan zijn en dat daaruit sterrenstelsels zijn gevormd. Er is echter geen mechanisme bekend dat het uitdijen van gassen zou kunnen omkeren in een samenballing. Het uitdijen van het universum zou de vorming van sterrenstelsels verhinderd hebben. |
|
| ^ | | ^ |
|---|
Het ontstaan van sterren is het hart van de kosmologie. Sterren zijn de energieleveranciers van de zonnestelsels en volgens de oerknaltheorie de enige bronnen, waarin de zware elementen in het universum (metalen) kunnen ontstaan. Echter ondanks een niet aflatende stroom van beweringen van veel kosmologen is het ontstaan van sterren nog steeds onopgelost. |
|
| ^ | | ^ |
|---|
Aan de hand van computersimulaties tracht men te verklaren, hoe binnen het Big Bang scenario gasplaneten, steenplaneten en ijsplaneten konden ontstaan. Een absoluut raadsel is het, hoe de stof in een stofschijf (die bijvoorbeeld onze zon zou hebben omgeven) tot planeten kon samenballen. De bekende krachten van de zwaartekracht zijn daarvoor in de verste verte niet toereikend. Daarbij komt dat de omloopbanen van de planeten en de maan in ons zonnestelsel niet simpelweg willekeurig zijn opgebouwd, maar wiskundige wetmatigheden volgen. |
|
| ^ | | ^ |
|---|
Indien de planeten en manen van ons zonnestelsel zich uit min of meer homogene gas- en stofschijven zouden hebben ontwikkeld, dan komt de vraag op waarom hun oppervlakken uit zo verschillende materialen zijn samengesteld. Er zijn geen twee identieke planeten of manen bekend. Dit feit geeft grote twijfel over de huidige ontstaanstheorie. |
|
| ^ | | ^ |
|---|
Het planetenstelsel, dat onze zon omgeeft, is heel minutieus opgebouwd. Zelfs de kleinste veranderingen (zoals zij onvermijdelijk plaatsvinden) kunnen er toe leiden, dat enkele planeten "al" na 10 miljoen jaar in chaotische banen komen. Dat betekent, dat zij vroeg of laat in het wijde universum verloren gaan of op de zon vallen. Dat ons huidige zonnestelsel sedert 4,5 miljard jaar bestaat, is geenszins zeker. |
|
| ^ | | ^ |
|---|
De maan omcirkelt de aarde en veroorzaakt met zijn aantrekkingskracht eb en vloed in de wereldzeeën. Hierbij worden geweldige watermassa’s heen en weer geschoven en daarvoor is energie nodig. De maan levert energie, doordat hij zich elk jaar ca. 4 centimeter van de aarde verwijdert. De aarde levert energie, doordat hij na honderd jaar ca. 0,0016 seconde per dag langzamer draait. Zelfs indien de aarde en de maan bij het begin aan elkaar raakten, dan nog kon dit proces maximaal 1,3 miljard jaar geduurd hebben. Te kort voor een zogenaamd 4,6 miljard jaar oud aarde-maan-stelsel. |
|
| ^ | | ^ |
|---|
Aangetoond kan worden dat de planetaire ringen van alle vier gasplaneten korte termijn fenomenen zijn. Ze kunnen maximaal enige 10.000den jaren oud zijn. Omdat ze echter niet persé vanaf het begin bij de planeten aanwezig waren, kan het zijn, dat de planeten zelf ouder zijn. Toch is het opmerkelijk dat deze planetaire ringen bij alle vier gasplaneten van ons zonnestelsel gelijk zijn waar te nemen. Verbazingwekkend is ook de ongewoon scherpe begrenzing van de ringen. Daar er voortdurend botsingen tussen de ringdeeltjes zijn, zouden de grenzen in de loop der tijd eerder onscherp zijn geworden. |
|
| ^ | | ^ |
|---|
In ons zonnestelsel bestaan veel minder kometen met een omlooptijd van 20 tot 200 jaar (Halley-type-kometen) dan die met een omlooptijd van minder dan 20 jaar (Jupiter-kometen). Slechts 1 % van op grond van berekeningen verwachte Halley-type-kometen kunnen daadwerkelijk worden waargenomen. Dat zijn er veel te weinig voor het concept van een miljarden jaren oud zonnestelsel, waarin voortdurend nieuwe kometen binnentreden, die dan (uitgaand van lange perioden) in steeds kleiner wordende omloopbanen de zon omcirkelen. |
|
| ^ | | ^ |
|---|
Na een supernova-explosie ontstaat een gas- en stofwolk, de zogenoemde supernovarest (SNR), die vervolgens uitdijt. Zulk een SNR zou meer dan een miljoen jaar waarneembaar moeten zijn, voordat het verdwijnt. Men vindt echter in onze Melkweg zeer veel minder SNR’s dan men normaal gesproken zou verwachten. Hun aantal komt overeen met een Melkweg, die ca. 7000 jaar oud is. SNR’s buiten de Melkweg kunnen tegenwoordig niet waargenomen worden, omdat zij te weinig licht geven. |
|
| ^ | | ^ |
|---|
Volgens de oerknaltheorie bestonden in het begin alle objecten in het universum uit waterstof en helium. Pas door supernova-explosies zouden na miljarden jaren langzamerhand zich zware elementen gevormd hebben. Toch is er geen systematisch verschil vast te stellen in de metalliciteit (aanwezigheid elementen) tussen ver verwijderde objecten en objecten dichtbij. Dit weerspreekt het model van de oerknaltheorie. Het licht, dat we tegenwoordig van ver verwijderde hemellichamen zien, zou volgens de oerknaltheorie miljarden jaren onderweg zijn geweest, voor het ons bereikte, en zo een blik in het verre verleden bieden. |
|
| ^ | | ^ |
|---|
Onder het antropische principe verstaat men de ongelofelijke fijnafstemming van de verschillende natuurconstanten. Indien ook maar enkele van de ruim 40 bekende natuurconstanten minimaal van hun huidige waarde zouden afwijken, dan zou er geen leven op aarde mogelijk zijn. Sommige wetenschappers die niet in een intelligente Schepper van het universum geloven, behelpen zich met de zogenaamde multiversumtheorie, volgens welke er oneindig veel universums zouden bestaan en wij ons precies in diegene bevinden waarin leven mogelijk is. Met zo’n theorie kan vanzelfsprekend alles en niets bewezen worden. |
|
| ^ | | ^ |
|---|
De kosmische microgolf achtergrondstraling, die vanuit alle hemellichamen tot ons komt, is veel gelijkmatiger dan men volgens de oerknaltheorie zou verwachten. Dit betekent dat direct na de oerknal een overdracht van warmte moest plaatsvinden. Dat was echter volgens de theorie niet mogelijk, omdat die beweert dat de expansiesnelheid in de inflatiefase groter was dan de lichtsnelheid. Aangezien het universum hoogstens 15 miljard jaar oud zou zijn, blijft voor de buitenste gebieden (die 30 miljard lichtjaar van elkaar liggen) te weinig tijd voor een warmteoverdracht. |
|
|