Home stellingen Biologie (1 - 16)
Creatie.info | vrijdag 30 juli 2010
Hoofd Menu
Startpagina - Nieuw(s)
Agenda
Informatie
95 Stellingen
Onderwerpen
Onderwijs
Recensies
In de media
Online videos kijken
Online boeken lezen
Websites
Over de websites
Nederlands
Engels
Duits
Colofon
Wie zijn wij?
Contact
Webshop
Gratis Levend Water
Gratis Bijbel
Webshop
 
 
 
ProGenesis - 95 Stellingen tegen de evolutietheorie

Wetenschappelijke kritiek op het naturalistische wereldbeeld


Inhoudsopgaaf


Voorwoord bij de Nederlandse uitgave
Voorwoord
Inleiding
Biologie (1 - 16)
Geologie en paleontologie (17 - 31)
Chemische evolutie (32 - 40)
Radiometrie en geofysica (41 - 51)
Kosmologie en oerknaltheorie (52 - 64)
Filosofie (65 - 75)
Informatietheorie (76 - 83)
Mens en cultuur (84 - 95)
Slotverklaring
Nawoord


Biologie

De evolutietheorie, zoals ze tegenwoordig op de meeste scholen onderwezen wordt, leert dat alle levende wezens op onze aarde met elkaar verwant zijn en zouden afstammen van ééncelligen en hun voorlopers. Is dat werkelijk waar? Welke natuurwetenschappelijke bewijzen bestaan er voor deze aanname?

Ontwikkelingen en genetische veranderingen in het genoom van opeenvolgende generaties vinden daadwerkelijk plaats bij organismen. Om misverstanden te vermijden is het echter nodig, onderscheid te maken tussen micro- en macro-evolutie.

Micro-evolutie betekent dat zich in organismen gedurende hun biologische geschiedenis reeds aanwezige structuren en functies veranderen, zonder dat daarbij het basisbouwplan van het organisme wordt veranderd. Zo kan zich bijvoorbeeld uit een wolf na vele generaties een hond ontwikkelen en bij de beroemde Darwinvinken kunnen vorm en grootte van hun snavels veranderen. Zulke veranderingen vinden echter steeds plaats binnen een bepaalde bandbreedte die niet overschreden wordt.

Macro-evolutie zou betekenen dat in organismen door verschillende gebeurtenissen in hun genetische uitrusting, van te voren niet aanwezige complexe organen en functies, totaal nieuw ontstaan. Zo zou zich in het verleden (via vele generaties en vele tussenfasen) uit eenvoudige ééncelligen een vis, daaruit een reptiel, een vogel, een zoogdier, enzovoorts ontwikkeld hebben. Dat zulke macro-evolutionaire processen daadwerkelijk hebben plaatsgevonden*, moet na 150 jaar evolutie-onderzoek duidelijk in twijfel worden getrokken.

* Succesvolle nieuwe constructies zouden zich moeten invoegen in het bestaande model van ruimtelijke, chronologische en hiërarchische genactiviteiten en zouden de levensnoodzakelijke fysiologische, sociale, voortplantingsbiologische en ecologische levenspatronen in geen enkele tussenfase mogen storen. Anders zou het levende organisme uitsterven.



^^
Er bestaat geen enkel bewezen voorbeeld voor macro-evolutie. Aaneengeschakelde micro-evolutie levert geen macro-evolutie op, omdat daarbij geen nieuwsoortige organen, structuren en functies ontstaan en geen toename van daarvoor passende informatie in het erfelijk materiaal van het levende wezen plaatsvindt. Daar komt nog bij, dat tegenwoordig waargenomen micro- evolutie 10.000 tot 10 miljoen keer sneller kan verlopen, dan dat in het algemeen uit de fossielen afgeleid wordt.
^^
Veel eigenschappen van organismen zijn zo onsystematisch verdeeld, dat het bij toenemend onderzoek niet eenvoudiger, maar moeilijker wordt, om correcte stambomen te vormen en op consistente wijze afstammingsrelaties te reconstrueren. In plaats van stambomen moeten voortdurend nieuwe, op zichzelf staande stamstruiken geschetst worden. Daarbij komt, dat moderne DNA-analysen ons dwingen, stambomen, die tot nu toe erkend waren, te herzien en opnieuw in aparte struiken weer te geven. Het opstellen van een algemeen erkende stamboom der soorten is mislukt.
^^
Een niet reduceerbaar complex systeem noemt men een samenstelling van afzonderlijke bestanddelen, waarvan elk afzonderlijk onderdeel absoluut aanwezig moet zijn om het totale systeem te laten functioneren. Wil een auto kunnen rijden dan zijn er minimaal een motor, een koppeling, vier wielen en een stuurinrichting nodig. Dat een „primitieve oerauto” in een aanvankelijke „ontwikkelingsfase” ook zonder motor of zonder koppeling of zonder wielen zou kunnen rijden hebben, is even ondenkbaar als het denkbeeld dat de biodiversiteit van het aardse leven stapsgewijs zou kunnen zijn ontstaan.
^^
Volgens de theorie zou macro-evolutie optreden door een toevallige reeks van mutaties, die in de betreffende omgeving van het levende wezen selectievoordeel geven. In 2005 heeft de bioloog Jerry Bergman met zijn team in bijna 19 miljoen publicaties naar gunstige mutaties doorzocht. Van de 453.732 beschreven mutaties konden slechts 186 als gunstig ingedeeld worden. Echter bij geen van deze mutaties vond men een toename van genen voor nieuwe en ook functionerende proteïnen.
^^
De bekende evolutie mechanismen: mutatie (sprongsgewijze verandering van het erfelijk materiaal), selectie, genoverdracht, combinatie van gensegmenten, genduplicatie en andere factoren voldoen niet, om het ontstaan van nieuwe bouwplannen en functies (macro-evolutie) te verklaren. Deze mechanismen zijn vrijwel zonder uitzondering onwerkzaam of schadelijk, nauwelijks nuttig en vaak dodelijk. Daarbij komt, dat volgens grove schattingen van John Haldane zelfs een miljoenen jaren durende ontwikkelingstijd niet toereikend zou zijn, om een soorten diversiteit zoals we die tegenwoordig zien, te doen ontstaan.
^^
Onder Biodiversiteit verstaat men de rijkdom aan planten- en diersoorten, de verscheidenheid binnen de soorten of de diversiteit in ecosystemen. Evenals het menselijk lichaam afhankelijk is van de werkverdeling van een veelheid aan cellen en organen, is ook een ecosysteem afhankelijk van de opdeling van het werk door biodiversiteit. Op grond daarvan is het scenario van een geleidelijke evolutie, die met één enkele cel zou zijn begonnen, niet in overeenstemming met de werkelijkheid. Het is denkbaar, dat de ecosystemen, waarin we hedentendage leven, in zeer korte tijd, mogelijk zelfs binnen enkele dagen, moeten zijn samengesteld.
^^
De bekende mechanismen van de evolutietheorie zijn niet toepasbaar wanneer het er om gaat het ontstaan van symbiose en commensalisme te verklaren. Van symbiose spreekt men, wanneer beide partijen een voordeel aan de samenwerking ontlenen. Van commensalisme spreekt men, wanneer slechts één partij de andere dient en daardoor zelfs nadelen op de koop toe neemt.
^^
Het fruitvliegje Drosophila melanogaster wordt sinds 1908 als modelorganisme voor de genetica gebruikt. Meer dan 3000 mutaties zijn tot op heden voor deze soort beschreven. Tot op heden is echter nog nooit een ontwikkeling tot een nieuw voordelig bouwplan vastgesteld.
^^
Slechts een klein deel van het DNA, bij mensen rond 5 %, bevat de code voor eiwitten. De overblijvende 95 % kon men geen bepaalde functie toewijzen en voorbarig noemde men het „Junk DNA“ (Junk = afval). Tot voor kort zag men in dit Junk DNA een bevestiging van de evolutietheorie: dergelijk „evolutionair afval“ zou als bijproduct van een door toeval gestuurde evolutie te verwachten zijn. Nu blijkt echter, dat grote delen van dit junk DNA wel degelijk bepaalde functies vervullen.
^^
„Pseudogenen” (pseudo = nep, vals) zijn als genen opgebouwd, maar ze zien er beschadigd uit en worden meestal niet gebruikt. Daarom zag men hierin toevallige evolutionaire restanten. Bij nader onderzoek is echter gebleken, dat sommige pseudogenen belangrijke functies hebben bij de regeling van genactiviteit en de embryonaleontwikkeling.
^^
Homeotische genen zijn stuurgenen, die hele ontwikkelingscascades in de embryonale ontwikkeling op gang brengen. Zij lijken erg op elkaar over een breed spectrum, van vlieg, muis, kip tot mens. De grote overeenkomst tussen deze stuurgenen van de embryonale ontwikkeling voedde aanvankelijk de gedachte hen als sleutelgenen voor de macro-evolutie te zien. Deze verwachting werd echter niet bevestigd.
^^
In de afgelopen 150 jaar heeft men bij allerlei organismen organen ontdekt, die men eerst kwalificeerde als rudimentair, onvolledig en nutteloos. Later bleek meestal dat zij voor het organisme als geheel wel degelijk een concreet nut dienen. In andere gevallen is er sprake van degeneratie. De miljarden „in opbouw zijnde organen”, waarvan het in de natuur zou moeten wemelen, bestaan niet.
^^
Ernst Haeckel (1834-1919) heeft beweerd dat de mens gedurende de groei in het moederlichaam de evolutionaire ontwikkeling van vis tot mens herhaalt. Deze stelling werd reeds tijdens het leven van Haeckel weerlegd. Nieuwe foto’s bewijzen de volledige onhoudbaarheid van deze theorie. Ondanks dat vindt men Haeckels voorstelling ook tegenwoordig nog in veel schoolboeken!
^^
In veel schoolboeken wordt de peper-en-zoutvlinder opgevoerd als show voorbeeld voor waargenomen evolutie. Er bestaan van deze vlinder lichte en donkere exemplaren. Tengevolge van de luchtvervuiling door de industrialisering stierven de witte korstmossen op de basten van de bomen. De bomen werden donker. In dezelfde tijd hebben de donkere vlinders zich sterker voortgeplant dan de lichtgekleurde. Naar men zegt omdat de lichtere vinders op de donkere boomstammen beter ontdekt werden door de vogels, die ze eten. Men kan bij deze gebeurtenis zelfs niet van micro-evolutie spreken. Het gaat slecht om een afname/toename van de bestaande populaties.
^^
Toen vliegen en muggen na een zekere tijd resistent werden tegen het insectengif DDT, zag men daarin een bewijs voor evolutie. Daarop volgende onderzoeken hebben echter aangetoond, dat er altijd al genetische varianten van DDT resistente insecten waren. Alle resistente insecten van de huidige tijd zijn nakomelingen van deze oorspronkelijk zeldzame varianten. Het is eenvoudig zo dat de niet resistente soorten grotendeels zijn uitgestorven, terwijl de resistente zich verder konden vermenigvuldigen.
^^
Het feit dat bacteriën tegen antibiotica resistent kunnen worden, wordt vaak als een waarneembaar bewijs voor evolutie gezien. Mutaties die tot een antibioticaresistentie leiden, hebben echter in de regel een verlies van informatie in het genoom tot gevolg. In verreweg de meeste gevallen wordt slechts een enkele base in het genoom veranderd, die het een bepaalde bacterie onmogelijk maakt, zich in het lichaam van de gastheer vast te zetten. Hierbij is geen toename van gecodeerde informatie in het genoom opgetreden.
 
   
     

 
© 2010 Creatie.info
Disclaimer: Creatie.info includes links to many external sites, but takes no responsibility for the accuracy or legitimacy of their content.
Inclusion of an external link is strictly for the reader´s convenience,
and does not necessarily constitute endorsement of the material or its authors, owners, or sponsors.