Home Recensies René Fransens ”Gevormd uit sterrenstof”
Creatie.info | woensdag 08 februari 2012
 
 
 
René Fransens ”Gevormd uit sterrenstof” Print E-mail
Wednesday, 18 February 2009 13:30
Uitgeverij Medema, Vaassen ISBN: 978906353476  €  22,95

Frank van der Laar
16-03-09 [artikel] Geloof en wetenschap uit balans

Met de titel “Gevormd uit Sterrenstof – Schepping, Ontwerp en Evolutie” en een voorwoord van prof. dr. Cees Dekker is de toon al meteen gezet. Die indruk wordt bevestigd in de eerste zin van het voorwoord: “Dit is een boek over de evolutie van de wereld, Gods schepping is een proces van oerknal tot sterrenstof tot mens.” Opvallend is dat evolutie als eerste genoemd wordt en dan pas Gods schepping. Niet in een proces van zes dagen, maar in een proces van oerknal tot sterrenstof tot mens. Deze ene zin vat eigenlijk het hele boek kort maar krachtig samen. Alles wat in de 300 bladzijden daarna nog komt is een uitwerking hiervan, met evolutie als basis voor de interpretatie van de Schrift en niet andersom.................. [artikel]


Reformatorisch Dagblad: Hoe Genesis te lezen [artikel] 18-02-2009 10:06 | R. N. Jorritsma

De Bijbel vertelt ons waaróm God de wereld schiep, niet hóé Hij die schiep, zo luidt de kernboodschap van René Fransens ”Gevormd uit sterrenstof”. Het boek is de recentste in een lange serie pogingen aan te tonen dat er geen conflict bestaat tussen de Bijbel en theorieën die zeggen dat de wereld en het leven over miljoenen jaren geleidelijk zijn ontstaan.

Fransen is van mening dat de seculiere ontstaanstheorieën het bij het rechte eind hebben, en dat dit niet in strijd is met de goddelijke openbaring in Genesis. Zijn belangrijkste argument is dat de eerste hoofdstukken van Genesis niet strikt historisch opgevat moeten worden, omdat de tekst bedoeld is om een boodschap over te brengen die dieper gaat dan het vertellen van geschiedenis. Dit vindt Fransen zo belangrijk dat hij het meerdere malen herhaalt, wat enigszins storend is in een voor de rest goed leesbaar boek.

Maar eigenlijk is het een zwak argument, want geschiedenis en een diepere boodschap sluiten elkaar beslist niet uit. Genesis is een historisch overzicht van de vroegste geschiedenis van de aarde, en het is juist die geschiedenis die een boodschap met zich meedraagt. De belangrijkste boodschap van Genesis is dat God de Schepper is; wat is nu een betere manier om dat te communiceren dan een werkelijk verslag van Gods scheppingsdaden?

Een andere belangrijke boodschap is de zesdaagse werkweek; wat zou voor God een betere manier zijn om die boodschap over te dragen dan werkelijk de wereld in zes dagen te scheppen? Het sabbatsgebod in de Tien Geboden (Exodus 20:11) wijst dan ook terug naar een historische scheppingsweek, niet op een fictief verhaal.

God kan dingen op een bepaalde manier doen om ons iets te leren. Zo waste Jezus de voeten van Zijn discipelen om hun nederigheid te leren. Dit verhaal staat in het Evangelie van Johannes en is puur historisch, ook al zit er een diepere betekenis achter. De ’boodschap’ kan dus nooit worden gebruikt als ontkenning van de historiciteit.

Lithium
Fransen wijdt twee hoofdstukken aan de wetenschappelijke onderbouwing voor de oerknaltheorie, een oude aarde en de evolutietheorie. Over het algemeen is die onderbouwing niet overtuigend. Zo stelt hij bijvoorbeeld dat............   [artikel]    ....

Recensie in ELLIPS: het vervolg op 'Bijbel & Wetenschap' over Gevormd uit sterrenstof

De uitgever voorzag ‑ niet ten onrechte ‑ dat dit boek stof zou doen opwaaien. Derhalve eindigt het boek met een nawoord van de uitgever: Dit is misschien een schrikwekkend boek...
Dat is het zeker; het in heldere taal geschreven boek bezorgde mij uiteindelijk een kater. Fransen heeft een redelijke hoeveelheid literatuur rondom het thema schepping en/of evolutie doorgespit, deels ook uit creationis­tische bron, waar hij overigens erg selectief uit citeert. Dat hij daarbij het standaardwerk Evolution: Ein kritisches Lehrbuch van Junker & Scherer (61 druk, 2006) negeerde, is onbegrijpelijk; het zou hem voor enkele uitglijders behoed hebben. In de eerste negen hoofdstukken boeide Fransen mij zeker, ook waar ik het veelvuldig met hem oneens was; zijn schrijfstijl is aangenaam en persoonlijk. De afknapper kwam in het laatste hoofdstuk, waar hij probeert om de zondeval van de eerste Adam en de verzoening door de laatste Adam te harmoniëren binnen de idee van theïstische evolutie. De gekunstelde exegese die hij daarbij voorstelt, kan onbedoeld slechts suggereren dat wij tóch kunstig gevonden verdichtsels zijn nagevolgd (2Pt.1:16).

Een element in de bewijsvoering van Fransen is het voorkomen van HERVs (humaan endogeen retrovirus) in het genoom van mensen en apen op overeenkomstige plaatsen (p. 93). Virussen infecteren mensen en kunnen blijvend in het genoorn van de mens terechtkomen als zij geslachtscellen infecteren. De huidige functie van HERVs is uiteenlopend, van regulatie van genen tot ziekten (kanker, onvruchtbaarheid). De conclusie dat overeenkomstige HERVs bij mens en chimpansee alleen verklaard kunnen worden door een gemeenschappelijke voorouder (p. 94) is onterecht. Het is zeer wel mogelijk dat zowel mensen als chim­pansees onafhankelijk van elkaar door hetzelfde virus zijn géinfecteerd. Verder zijn er aanwijzingen dat de plaats van de insertie niet willekeurig is, maar bepaald wordt door de gastheer. Dat het voor de mens en chimpansee heeft geresulteerd in hetzelfde litteken op dezelfde plaats is ook weer niet zo verwonderlijk, aangezien het genoom van de mens en dat van de chimpansee op elkaar lijken. Misschien hebben HERVs in de oorspronkelijke scheppingsorde wel een heel andere rol gespeeld. Zo is het bekend dat bij bepaalde schapenrassen virussen een voorwaardelijke rol spelen bij de ontwikkeling van de placenta. De vraag naar de betekenis van HERVs ligt bij de huidige stand van zaken dus nog helemaal open.

Dat Fransen bij de vraag naar de oorsprong (p. 96) van de eerste eencellige nog poogt een naturalistische verklaring te geven, is ronduit naïef en getuigt van zijn grote geloof in de mogelijkheden van het weten­schappelijk experiment en het toeval. Feitelijk is het vraagstuk van de abiogenese een wolkenkrabber in vergelijking met de zandkorrel van het evolutievraagstuk. Hoofdstuk 10 van Evolution laat zien dat de kans op abiogenese volkomen nul is en dat alle gedane experimenten juist die visie onderbouwen. Dat Fransen (p. 100) het boek Evolutie, triomf van een idee van Carl Zimmer aanbeveelt om kennis te maken met de evolutietheorie, begrijp ik maar ten dele: ik heb in dit speculatieve boek werkelijk nergens in die 350 pagina's een bewijs voor macro‑evolutie kunnen ontdekken.

De kritiek die Fransen heeft op het wetenschappelijk gehalte van het Vijfde Europese Creationistische Con­gres (1995) is terecht. Echter, er werd daar ook goed Zweeds onderzoek gepresenteerd dat heel origineel en relevant is, mits je gelooft dat een wereldwijde zondvloed realiteit is geweest. De zondvloed is feitelijk afwezig in Fransens betoog (p. 178) en dat is ernstig. Als er een zondvloed was, dan moet die giganti­sche geologische sporen hebben nagelaten. Jezus geloofde wél in de zondvloed, getuige zijn uitspraak in Mt24:37‑39 resp. Lcl 7:26‑27. De kritiek van Fransen (p. 133) op het RATE‑onderzoek is te gemakkelijk. De in diamant gevonden Cl 4 toont aan dat deze diamant van recente datum moet zijn; Fransen negeert deze unieke vondst gewoon. Het is te gemakkelijk om de steeds in aardolie en steenkool gevonden C14 af te doen als`contaminatie'. En als men Cl4‑houdende antraciet als 'blanco' gebruikt in Groningen (p. 132), dan is het natuurlijk niet vreemd dat men daar via zo'n systematische fout geen C14 in steenkool meet. Jammer dat Fransen hier niet refereert aan Toevallig niet van Evert van der Heide (2004).

Hoofdstuk 7 was aangenaam om te lezen, maar de conclusie is absurd dat ‘creationisten hard, wetenschappelijk bewijs voor het bestaan van God verlangen'. Dat zo'n verlangen volkomen onjuist is, zal vrijwel iedere creationist met Fransen beamen. Het betoog dat Fransen vervolgens daartegen voert, is dus niet aan creationisten besteed, ook niet aan Gentry (p. 212), hooguit aan atheïsten.
Fransen neemt kritiekloos (p. 263) de Kuypercitaten van Jan lever over, die in En God beschikte een worm andermaal de historie geweld aan deed in zijn bewering dat Kuyper de evolutietheorie zou hebben aangehangen. De nu weer door Fransen geciteerde uitspraak van Kuyper kan ik geheel voor mijn rekening nemen, maar daarmee ben ik nog geen aanhanger van Darwin. Dat Kuyper absoluut een antidarwinist was moge blijken uit de volgende citaten uit zijn rectoraatsrede: 'De Evolutie is een nieuw uitgedacht stelsel, een nieuw geijkte leer, een nieuw gevormd dogma, een nieuw opgekomen geloof, dat zich, heel ons leven omvattend en beheerschend, regelrecht tegen het Christelijk geloof overstelt, en niet dan op den puinhoop van onze Christelijke Belijdenis zijn tempel stichten kan'.  'We moeten ons er niet tegen verdedigen, maar het aanvallen’. ’Tegenover de besteklooze mechaniek der Evolutie stellen wij het geloof in dat Eeuwige Wezen, dat "alle ding gewerkt heeft en nog werkt naar den raad zijns willens”. ‘Thans achtte ik het mijn roeping, tegen het nog doodelijker gevaar dat in de Evolutie schuilt, mijn stem te verheffen'.
Fransen rukt dus ten nutte van zijn betoog de uitspraak van Kuyper geheel uit zijn verband; zo doet men niet in de wetenschap!

Waar gaat het mis in Fransens boek? Hij ontkracht de Schrift teneinde de wetenschappelijke 'feiten' te kunnen inpassen. Fransen plaatst de dood vóór de zondeval en stelt dan (in navolging van D.R. Falk in Coming to Peace with Sciene) dat Gn.2:17 ('want ten dage, dat gij daarvan eet, zult gij voorzeker sterven') en Rm5:12 geestelijk gelezen moet worden ('gelijk door één mens de zonde de wereld is binnengekomen en door de zonde de dood, zo is ook de dood tot alle mensen doorgegaan'), zodat de mens hier alleen geestelijk sterft (p. 277). Binnen die logica zou de opstanding van Christus, als de laatste Adam (1Kol5:22,'Christus is opgewekt uit de doden') ook geestelijk moeten worden opgevat en dat zou alles zinloos maken (vs14). Fransen misleest (p. 277) Gn2:17 door op te merken 'dat het sterven overduidelijk niet is gebeurd' Echter, ze stierven wel degelijk als gevolg van hun zondeval; in Gn2:17 staat niet dat ze onmiddellijk dood zouden neervallen. Dat zou ook het einde van het menselijke geslacht betekend hebben, maar God had in zijn liefde nog een groot plan via de laatste Adam, Christus. Fransen weet het beter dan Paulus (Hdl 7:26, 'Hij heeft uit één enkele het gehele menselijke geslacht gemaakt om op de ganse oppervlakte der aarde te wonen') door te stellen dat Adam en Eva tijdgenoten waren van vele (sterfelijke) medemensen (p. 285). Adam en Eva waren volgens Fransen slechts gewone mensen,'apart gezet uit de vroege steentijdcultuur'(p. 286). De zonde van Adam ging over op de reeds bestaande overige mensheid.

De Schrift moet vooral in dit slothoofdstuk bij Fransen volop wijken voor het verstand en de wetenschap. Dat straks de leeuw stro zal eten als het rund (Js65:25), daarop valt volgens Fransen wel het een en ander af te dingen (p. 276). Voor Fransen leed en stierf de mens al vóór de zondeval omdat een paradijs zonder pijn en dood volgens hem 'merkwaardig' is. Zullen we straks op de nieuwe aarde dus ook lijden? In ieder geval staat zijn visie haaks op:'Zie, het was zeer goed' (Gn1:31). Fransen bewijst wel dat zijn evolutionistisch model onherroepelijk botst met de Schrift. De oplossing is dan: de Schrift naar je eigen hand zetten tot het klopt in jouw wetenschappelijke wereldbeeld. En dat doet Fransen. Waar ging het bij hem fout? In ieder geval op zijn eureka‑moment (p. 248) dat Falk het bij het rechte eind moest hebben. Falk had geen gelijk; Falk is een dwaallicht op wiens boek veel is af te dingen. Datzelfde geldt voor Sterrenstof, dat veel overeenkomsten vertoont met Coming to Peace with Science. Wat Fransen onbedoeld, maar wel feitelijk doet, is de lezer stimuleren zijn geloof in de Schrift om te zetten in geloof in de wetenschap. Ik wijs dat af, primair als christen, maar ook als natuurwetenschappen Fransen schrijft overzichtelijk, gestructureerd en veelal helder, maar overtuigt niet in de gekunstelde oplossingen die hij voorstelt.

Dr. H.Bos

N.a.v. René Fransen, Gevormd uit Sterrenstof.‑ Schepping, ontwerp en evolutie. Vaassen: Medema 2009; 311 W. Prijs E22,95. ISBN 978‑90‑6353‑5476.


Nederlands Dagblad: Te gevaarlijk voor creationisten: 13 maart 2009 09:14 [artikel] Gijsbert van den Brink
......Gevormd uit sterrenstof is dan ook een verademing om te lezen te midden van het vele verbale geweld dat christenen en anderen rond dit thema gewend zijn over elkaar uit te storten.........

......geen reden om het gangbare wetenschappelijk onderzoek te wantrouwen.......

..........Alleen hij gelooft niet dat Adam en Eva de eerste mensen waren. Dan zou immers onduidelijk zijn waar Kaïn zijn vrouw vandaan haalde en waarom hij na de dood van Abel zo bang is dat hij op zijn zwerftocht over de aarde gedood zou worden (door wie eigenlijk - toch niet door zijn eigen ouders?). Bovendien past de paradijsgeschiedenis goed in de jonge steentijd, vanaf ongeveer 10.000 voor Christus. Maar toen leefden er al veel meer mensen of mensachtigen. Ook de dood was er toen al.......
Lees het antwoord uit de Bijbel: De vrouw van Kaïn

.........Zo blijft er genoeg over om over door te praten. Maar Fransen heeft ons wel een grote dienst bewezen door ons zo helder in te leiden in de dilemma's waar christenen die de wetenschap serieus willen nemen voor staan. Jammer daarom dat het Reformatorisch Dagblad zijn boek onmiddellijk na de verschijning zo genadeloos wegschreef - al begrijp ik het ook weer wel: het is te goed geschreven, te ontwapenend en grosso modo overtuigend, en daarom te gevaarlijk voor wie wil vasthouden aan het creationisme. (lees: De Bijbel)
 
 
   
     

 
© 2012 Creatie.info
Joomla! is Free Software released under the GNU General Public License.