|
'Sterren kijken door Bijbelse bril' [artikel] Reformatorisch Dagblad 10-09-2008 Bart van den Dikkenberg
Het is verfrissend o,m eens een Bijbelse visie op het heelal te lezen en niet opgezadeld te worden met theorieën over de oerknal en miljarden jaren. Het boek "Wat weten we van astronomie" helpt een mening te vormen over de interpretatie van wetenschappelijke ontdekkingen in het universum.
Schrijver dr. Jonathan Henry geeft een kijkje in de kosmos vanuit de grondgedachte: "Het heelal is goed geschapen, maar draagt nu het stempel van de zonde." De sterrenwereld is na de zondeval in ontbinding, bezig te sterven. Sterren branden daarom langzaam op; onze zon incluis. Aan het einde van hun 'leven' eindigen de meeste sterren in een supernova, die sterrenkundigen op aarde waarnemen als felle flits. De restanten zijn gaswolken of nevels. De wetenschap van vandaag stelt dat daarin weer nieuwe sterren ontstaan. Volgens de schrijver is dit echter nog nooit waargenomen. Ons zonnestelsel is erg stabiel vergeleken bij andere stelsels in het heelal. De planeten helpen het in evenwicht te houden. In andere stelsels varieert de afstand van sterren tot hun planeten sterk, zodat leven daarop onmogelijk is. Onze zon, ook een ster, is een voorspelbare constante energiebron. Leven op aarde is onder meer mogelijk door de ideale afstand tot de zon. Andere planeten in ons zonnestelsel staan op zo'n afstand van de zon, dat het er te warm of juist te koud is. In het verleden heeft in ons zonnestelsel veel natuurgeweld plaatsgehad. Overal hebben meteorieten en ander ruimtepuin hun sporen nagelaten, zoals kraters en andere littekens op manen en planeten. Ook op aarde zijn her en der grote inslagkraters te vinden. Dat het er heftig aan toe kan gaan, blijkt uit de asteroïdengordel voorbij de rode planeet Mars. Waarschijnlijk zijn de brokstukken in die gordel resten van een planeet die negentig keer zo zwaar was als al de overgebleven restanten in die gordel bij elkaar. Zo'n puingordel verliest zijn gruis binnen 10.000 jaar, "Zo weten onderzoekers. Omdat de gordel achter Mars niet is verdwenen, denkt de schrijver dat de ring van puin door een kosmische ramp ongeveer 4000 jaar geleden is veroorzaakt, ongeveer op het moment dat op aarde de zondvloed heerste. De vrees voor kometen, meteoren en ander ruimtepuin zit diep bij volkeren in de oudheid. Ze hebben wellicht een verschrikkelijke gebeurtenis meegemaakt, die generaties lang is doorverteld. Die angst is afgenomen doordat veel meer van het universum bekend is. In godsdiensten van antieke volkeren spelen planeten een belangrijke rol. De afgoderij en aanbidding van de hemellichamen die hierbij plaatsgevonden heeft, is volgens Henry reden geweest voor de spraakverwarring van Babel. Zo is bijvoorbeeld de planeet Mars al in de oudheid voorwerp van verering geweest. Bij de Romeinen is Mars de oorlogsgod. De rode kleur ervan is in verband gebracht met bloed. Henry denkt dat mensen in de oudheid iets afschrikwekkends hebben waargenomen op Mars. De schrijver vermoedt dat ze gezien hebben dat de vulkaan Olympus Mons -met een oppervlakte van vier keer Nederland- uitbarstte. Het boek geeft ook een indruk van het hedendaagse onderzoek naar het heelal, dat nog steeds onverminderd doorgaat. Sterrenkundigen bekijken het heelal met telescopen en radioantennes. Gelanceerde sondes -zoals de Galileo-, ruimtetelescopen -bijvoorbeeld de Hubble- en onbemande ruimteautootjes -waaronder de Mars Pathfinder- hebben veel gegevens opgeleverd over de samenstelling van het universum. De auteur heeft veel wetenswaardigheden te melden, maar het boek telt ook wel een paar missers. Het gaat te ver om het een opgewarmd prakje te noemen, maar helemaal vers is het ook niet. De Nederlandse versie van dit Amerikaanse boek uit 1999 verscheen pas in juni dit jaar. Daardoor loopt het soms wat achter op de feiten, al zijn sommige actuelere gegevens bij de vertaling wel weer aan het boek toegevoegd. Ook het aanzien van de pagina's is gedateerd. Tekst en plaatjes wisselen elkaar leuk af, maar zouden de illustraties ontbreken, dan loop je weinig informatie mis. De foto's zijn prima, maar de tekeningen komen zichtbaar nog uit de vorige eeuw.
N.a.v. "Wat weten we van astronomie'; door Jonathan Henry; uitg. Stichting De Oude Wereld, Amersfoort, 2008; ISBN 9789057982248; 80 blz.; € 15,95.
|