|
„Mosasaurus kwam om tijdens zondvloed of ijstijd”: 23-03-2009 19:24 | [artikel]
MAASTRICHT – Door de zondvloed, of tijdens de ijstijd daarna. Toen zal de mosasaurus omgekomen zijn, denkt de Amerikaanse creationist dr. Terry Mortenson. Vorige week bezichtigde hij het fossiel in het Natuurhistorisch Museum in Maastricht. De Franse soldaten die de Limburgse hoofdstad in 1794 belegerden, hadden een opdracht meegekregen: breng de mosasaurus naar Parijs. Het fossiel was omstreeks 1772 ontdekt tijdens mergelwinning in de Sint-Pietersberg. Daar werden wel vaker schepen of zee-egels aangetroffen. Deze vondst baarde echter opzien, omdat het om overblijfselen leek te gaan van een dier dat uitgestorven was. Dat geschapen soorten konden uitsterven, was in die tijd nog niet algemeen aanvaard; waren tijdens de zondvloed niet alle soorten gered?
Een kanunnik van de Sint-Servaaskerk stelde de kop in zijn huis tentoon. Twintig jaar later ontvoerden de Fransen het fossiel naar hun hoofdstad, waar het onmiddellijk tot nationaal erfgoed werd verklaard. De Maastrichtenaren zijn het nooit vergeten. Ze noemden hun carnavalsvereniging De Mosasaurussen, maar ze kregen hun ”maashagedis” nooit terug.
De mosasaurus leefde volgens evolutionisten in het Maastrichtien, het laatste deel van het krijttijdperk, van 71,3 tot 65,4 miljoen jaar geleden. Eerst werd aan een krokodil of een potvis gedacht, maar volgens onderzoeker Cuvier was het een zeehagedis. De Fransen hebben nogal wat aarzeling moeten overwinnen voordat ze dit ‘erfgoed’ in bruikleen afstonden. Na twee jaar onderhandelen is het restant van het reptiel nu dan toch terug in Nederland, voor het eerst.
In het Maastrichtse museum opende minister Verhagen van Buitenlandse Zaken een kleine expositie, ingericht ter gelegenheid van het Darwinjaar. In de jaren negentig, toen hij Europarlementariër was, probeerde Maastrichtenaar Verhagen samen met zijn plaatsgenoot/collega Bertens het fossiel terug te halen naar hun stad. Hun resolutie kreeg in het Europees Parlement echter onvoldoende steun. Nu is het beest tijdelijk terug, maar het blijft eigendom van de Fransen.
Zondvloed of ijstijd De Amerikaanse creationist Mortenson wilde het fossiel zien. Al dertig jaar spreekt en schrijft Mortenson over het geloof in de schepping en over het gebrek aan logica en bewijs in de evolutietheorie. Sinds 2001 is het zijn baan: hij is een van de voltijdsprekers van de Amerikaanse stichting Answers on Genesis.
Najaar 2008 hield Mortenson in Nederland in korte tijd achttien spreekbeurten. De afgelopen week was hij opnieuw in ons land. Bij de mosasaurus verbaast hij zich vooral over de samenstelling van het fossiel. Sommige lichaamsdelen lijken dubbel aanwezig of liggen op een onlogische plaats. „Maar verder is het als bij elk fossiel: om zo goed bewaard te blijven, moet het dier een plotselinge, onnatuurlijke dood gestorven zijn. Dat kan tijdens de zondvloed geweest zijn. Wetenschappers stellen vaak dat dat niet mogelijk is, maar zij onderschatten het geweld en de complexiteit van de vloed, ook doordat er vaak te weinig studie van het boek Genesis wordt gemaakt.”
Fossielen kunnen ook ontstaan zijn tijdens de ijstijd die daarna waarschijnlijk volgde, stelt Mortenson. „Genesis 7 duidt op vulkanische uitbarstingen. Daardoor moet de watertemperatuur tijdens de zondvloed hoger dan normaal geweest zijn. De aswolken in de atmosfeer kunnen koele zomers veroorzaakt hebben. Die combinatie van factoren kan tot een ijstijd hebben geleid. Door al dat ijs was de zeespiegel lager. Er hoeft maar ergens een ijsdam door te breken of de dieren worden bedolven. Op die manier kunnen fossielen plotseling bedekt zijn, waardoor ze goed bewaard bleven. Ook de mosasaurus. Dat de botten zo gerangschikt zijn, komt waarschijnlijk door de kracht van het natuurgeweld.”
Varken Evolutionisten leven op veronderstellingen, zegt de creationist. „Cuvier, die het fossiel onderzocht, schepte eens op dat hij een beest kon reconstrueren aan de hand van één bot. Dat deed hij, maar later werd bewezen dat het helemaal fout was. In Amerika hebben we Nebraska Man: er werd een tand gevonden en die was heel zeker van een aapmens. Enkele jaren later werden meer fossielen gevonden en toen bleek de tand van een varken te zijn. In Pakistan werden resten gevonden die volgens een deskundige bij een overgangsvorm van walvis naar landdier hoorden, maar ook dat bleek anders te zijn.”
Een van de voorwerpen die, zonder bijbehorende toelichting, in de vitrines liggen, is een boek van Flavius Josephus, opengeslagen bij de geschiedenis van de zondvloed. De ark is veel te klein getekend, zegt Mortenson. Maar Josephus geloofde wel in de zondvloed. „Voor velen is het niet meer dan een fabel.”
Tot 2001 was Mortenson zendeling. En eigenlijk is hij het nog. Hij ‘predikt’ de boodschap van de schepping door de almachtige God. „Hoeveel gebreken we in de evolutietheorie ook aanwijzen, de seculiere wereld zal het scheppingsverhaal nooit aanvaarden. Omdat het van goddelijke oorsprong is.”
Reformatorisch Dagblad: 23-03-2009 19:24 | L. Vogelaar [artikel]
|