Radiometrie en geofysica [artikel]
Om de ouderdom van bepaalde steenlagen of organische monsters te bepalen, gebruikt men heel vaak de radiometrische meetmethoden. Daarbij wordt het gegeven gebruikt, dat veel materialen die moeten worden onderzocht, instabiele (radioactieve) isotopen bevatten of bevat zouden kunnen hebben. De meeste isotopen zijn van nature instabiel, dat betekent dat zij vroeg of laat tot andere isotopen vervallen. Indien men de verhouding van dochter- tot moederisotoop meet, kan men op basis van de halfwaardetijd(1) van het moederisotoop conclusies over de radiometrische ouderdom van het betreffende monster trekken. Bovendien laat de straling die bij zulke vervalprocessen vrij komt, ten dele zichtbare stralingsschade (stralingspatronen en/of splijtingssporen) achter, die eveneens geïnterpreteerd kunnen worden. Om radiometrische metingen te kunnen gebruiken, moeten drie dingen worden aangenomen: a) De halfwaardetijd moet tijdens de gehele vervaltijd constant gebleven zijn. b) Er mogen geen moeder- of dochterisotopen ontwijken of toegevoegd worden. c) De omstandigheden bij het begin moeten bekend zijn. Aan de hand van de omstandigheden bij het begin, die onder c) vereist worden, kan voor voor de meeste geologische lagen een radiometrische ouderdom van vele miljoenen jaren berekend worden. Men krijgt echter systematische afwijkingen, indien hetzelfde materiaal met verschillende meetmethoden geanalyseerd wordt. Enige Omdat een groot deel van de niet-radiometrische ouderdomsbepalingsmethoden uit de geologie, paleontologie en geofysica een factor van enkele tientallen lagere ouderdomswaarde levert (!), moeten de resultaten van de conventioneel geïnterpreteerde radiometrie kritisch onder de loep genomen worden. Hoe groot de fouten op dit gebied van de wetenschap zijn, toont de aantoonbaar 200 jaar oude lava op Hawaii, die volgens de radiometrische meetmethode een leeftijd heeft van enkele miljoenen jaren.(2), (3) (1) De halfwaardetijd is de tijdsduur, die nodig is, tot van een bepaald radioactief materiaal de helft vervallen is. bevindingen geven een indicatie, dat op onze aarde tenminste tijdelijk een versneld radioactief verval zou hebben plaatsgevonden, zodat aan voorwaarde a) niet wordt voldaan. (2) G.B. Dalrymple, The Age of the Earth, Stanford University Press, 1991, p. 91. (3) Andrew A. Snelling, „Excess Argon”: The „Achillies’ Heel” of Potassium-Argon and Argon-Argon „Dating” of Volcanic Rocks, Institute for Creation Research, 1999, http://www.icr.org/article/excess-argon-achillies-heel-potassium- argon-dating
Klik op 41-51 voor stellingen over radiometrie en geofysica
|