|
Monday, 27 October 2008 15:47 |
|
Op forums en evolutionistische websites1 passeert zo nu en dan het argument de revue dat tienduizenden ‘jaarlijkse’ ijslagen in de Groenlandse ijskap aantonen dat de aarde veel ouder moet zijn dan slechts zesduizend jaar. Meestal wordt er geen extra uitleg gegeven, bijvoorbeeld over welke onderzoeksmethoden gebruikt worden, hoe individuele lagen worden herkend, welke aannames er gedaan worden en hoe men zo zeker weet dat het echt jaarlijkse ijslagen zijn. De enige informatie die we krijgen is dat er vele tienduizenden laagjes geteld zijn. . Hier zullen we dit argument onder de loep nemen. We zullen vooral kijken naar hoe betrouwbaar de methoden zijn die gebruikt worden om individuele ijslaagjes te onderscheiden, en welke uitgangspunten daarbij een rol spelen. Dit artikel is grotendeels gebaseerd op het werk van Oard.2, 3
Introductie . De betreffende ijslagen zijn afkomstig van opgeboorde ijskernen van de Groenlandse en Antarctische ijskappen. Deze ijskappen zijn geleidelijk ontstaan doordat sneeuw zich door de jaren heen heeft opgestapeld. De bovenste 70 tot 100 meter bestaat uit firn, een korrelige substantie van sneeuw en ijs. Maar dieper dan 100 meter is de druk zo groot dat het sneeuw is samengedrukt tot ijs. Een ijskern kan van millimeter tot millimeter verschillen in structuur en chemische samenstelling. Deze samenstelling kan belangrijke informatie leveren, bijvoorbeeld over het klimaat in de tijd dat de sneeuw viel, of in welk jaargetijde de sneeuw is gevallen. Zo wordt van bepaalde stoffen waargenomen dat ze in grotere hoeveelheden voorkomen in zomersneeuw dan in wintersneeuw, of juist andersom. Dat laatste is natuurlijk interessant, omdat het de mogelijkheid biedt het aantal jaarlijkse cycli te tellen en zodoende tot een datering te komen. . We zullen nu eerst de belangrijkste verschillen tussen het evolutionistische en het creationistische paradigma, met betrekking tot het ontstaan van de ijskappen, in kaart brengen. Daarna zullen we zien dat het paradigma waarbinnen een wetenschapper werkt, en de daarbij behorende uitgangspunten, bepaalt hoe wetenschappers de gegevens (in dit geval de chemische samenstelling van ijslagen) interpreteren. [artikel]
|